Ga naar de startpagina
De Achtse Barrier

Februari 2020

 
--> vaste rubrieken <--
--> en verder <--
Ga naar elz.nlOver gezondheid en welzijn

Leren praten gaat (soms niet) vanzelf

Ouders maken zich sneller ongerust over het tempo waarin hun jonge kind leert praten. Dat merken de logopedisten die actief zijn in de Achtse Barrier. Meestal is er niets aan de hand, want elk kind leert in zijn eigen tempo praten. Maar als ouder kun je wel een belangrijke bijdrage leveren aan de taalontwikkeling.

“Jonge ouders krijgen vanuit hun omgeving veel informatie en advies. Van het consultatiebureau, van familie en vrienden én via internet. Hierdoor raken ze in de war. Ze worden onzeker en gaan dan zich dan zorgen maken”, vertelt logopediste Marianne van Groningen. Haar collega Jolanda van Eikeren vult aan: “Zeker als een ouder broertje of zusje vlotter was met praten.”

Zorgen worden altijd serieus genomen, benadrukken beide logopedisten. “Als we hier met ouders over spreken, kunnen wij altijd iets betekenen: uitleg geven, geruststellen en adviseren. Als dit nodig is, starten we een behandeling.”

Minimum Spreeknormen

Jolanda en Marianne vertellen over de zogenaamde Minimum Spreeknormen. Deze geven aan wat een kind op een bepaalde leeftijd minimaal moet kunnen zeggen. Er zijn spreeknormen voor 1 jaar, 1½ jaar, 2 jaar, 3 jaar, 4 jaar en 5 jaar.
Een voorbeeld: bij 1½ jaar kent een kind ten minste vijf losse woordjes, bijvoorbeeld ‘papa’, ‘mama’ of ‘eten’. Die woordjes hoeven nog niet correct uitgesproken te worden: ‘papu’ voor ‘paraplu’ is geen probleem. Ander voorbeeld: een 3-jarige moet in staat zijn om zinnetjes van drie tot vijf woorden te maken. Ook dat hoeft niet perfect te klinken. Met “Ik bent vallen niet” voldoet de peuter nog steeds aan de spreeknorm.

Situatie thuis belangrijk

Om vast te stellen of er wel of geen probleem is, doet de logopedist een paar eenvoudige testen. “Daarnaast proberen we inzicht te krijgen in het karakter van het kind en in de gezinssituatie”, leggen Marianne en Jolanda uit. “Wat bijvoorbeeld opvalt, is dat jongetjes met oudere zusjes vaak later gaan praten. Zo’n jongen hoeft zich niet uit te spreken om iets voor elkaar te krijgen, want die meiden ‘bemoederen’ hem graag.”

Een trage taalontwikkeling kan diverse oorzaken hebben. In het ene gezin wordt zoveel gepraat dat het jonge kind er niet tussenkomt.
In het andere gezin praten ouders zo weinig dat het kind onvoldoende voorbeelden hoort. Wat ook meespeelt is dat leren spreken met ‘sprongen’ gaat. En er is een verschil tussen wat een kind begrijpt en zegt. “Vaak begrijpen ze al heel veel, maar kunnen ze dat nog niet allemaal uiten.”

Wat kun je doen?

Om je kind te ondersteunen bij de taalontwikkeling, is belangrijk om de communicatie af te stemmen op de ontwikkelingsfase. “Ga altijd nét boven het niveau van je kind zitten”, adviseren de logopedisten. “Als een kind alleen nog losse woordjes kent, zeg dan: ‘jas uit’. Dus niet: ‘Ga nu maar fijn je jasje aan de kapstok hangen’. Kinderen leren praten door na te doen. Zo’n lange zin is te ingewikkeld om na te zeggen.”
Spreekt je kind al in zinnetjes van drie tot vijf woorden, dan maak je jouw zinnen net wat langer.

Spelenderwijs

Jolanda en Marianne raden aan om het oefenen spelenderwijs te doen, gewoon in het dagelijks leven. “Samen praten bij het naar bed gaan, tijdens het eten of knutselen. Neem je kind mee naar de supermarkt en praat over wat je daar ziet.” Andere tips: samen een boekje lezen, afgestemd op de leeftijd en interesse van het kind; samen eenvoudige kinderliedjes zingen, volop te vinden op YouTube.

Herhaling is belangrijk, vullen de logopedisten nog aan. “Dat is beter dan telkens met iets nieuws komen.” Tot slot een belangrijke boodschap: heb vooral plezier in het communiceren met je kind!

Goed om te weten!